Nijwold, 't golden Hamrik Was ik een wilde bij die langs de Hoofdweg zoefde,  tot aan de verste verte engelen zag klapwieken met stijve witte vleugels hun windadem opwekkend, voor sommigen een zege, voor anderen stampei, dan ging ik zelf even bij de paarden snuffelen, scharrelen bij de losse kippen in de bocht, zat ik op de bus te wachten altijd in de tocht, nipte ik nectar uit de fleurige bloemenplanten buiten op de stoep van buurtsuper Attent Vloog ik hoog op om de verdwaalde zeemeermin te groeten. Zien hoe ze vanaf haar scheve toren droogjes over de, uit zee gewonnen, velden kijkt. Hoor ik ook uit de kerk oude orgeltonen galmen. Nu gaat mijn tour buitenom 't brugje over. Ik vlieg nu tussen de wiegende bomen en het glinsterend Diep waarin stille wolken drijven. Een fietser wuift naar de overkant en tuft voorbij. Ik haal wat wilde vrienden op, we zeilen naar het pompend stoomgemaal, vlakbij waar mijn voorouders ooit honing verbouwden. We zwermen rond over stralend zongeel koolzaad. Er liggen appels en brood voor de herten we landen bij ze in de kamp en proeven wat. Een wilde bij is vrij maar wil ook wat leren. In de Letterwiesschool oefenen ze voor de musical Ik zoem vlijtig mee en met een hoofd vol muziek vlieg ik verder. Een kerkje vol Struyse kunst heeft de deuren open voor nieuwsgierig bezoek. Jan Mulder leest voor over liefde en aardbevingen aan de oudere jongeren in 't Hamrik. Want ook hier in ‘t groenste dorp wordt verscheurd en gebeefd. Er is nog zoveel voor een wilde bij te beleven. De tennisfamilies drie generaties trouw op de baan. Het frisse mei-bos bij het voetbalveld ruikt zo zoet. Alles ligt er netjes bij zegt de gebiedsregisseur opgewekt. Behalve dan die paar dingen die nog moeten. De avond spreidt een goud, paars, oranje gloed een paar mensen zijn nog bezig in de tuin. Tussen de grommende maaiers klinkt ergens Scarlatti op het clavecimbel van Cees Bom. De toneelvereniging komt vanavond de sterren spelen. Kinderen vragen wanneer ze weer van de brug af mogen springen? "Als de zomer komt en de bootjes varen". En in de winter mag je er onderdoor schaatsen zonder "effe te wachten" Dan is mijn wilde bijen-tocht bijna voorbij. Eerst voor het nacht wordt naar ‘t Trefpunt Gezellig bij-bijen met stoere nuchtere mensen. Hoewel, na een slok of wat komen de verhalen. Weer op de hoogte van wat er gaande is keer ik naar mijn raat, mijn zoete nest, mijn koningin en doe mijn best om niet te steken. Want in deze rust mag iedereen graag een vrije wilde bij zijn en dat kan hier.  Dan mag je gerust van een dorp met visie spreken. Bianca Holst mei 2019 t.g.v. De dorpsronde.